Ik hoor ze gniffelen achter hun lichtblauwe mondkapjes. Ik heb geen idee waar ze het over hebben, maar geniet van hun ondeugende blikken. In deze Vietnamese nagelstudio geef ik me over aan de vlotte dames die, terwijl ze mijn handen en voeten verzorgen, ook de telefoon opnemen, de nieuwste roddels met elkaar bespreken en whatsappjes versturen. Het lijkt alsof er geen wereld buiten deze salon bestaat. Of is deze salon juist de hele wereld? Ik kan alleen maar stil zitten en luisteren. Samen met de Surinaamse tantes, Hollandse moeders en Marokkaanse meiden ben ik een figurant in een Vietnamees blijspel waarin iedereen een stukje mooier afgaat dan hij opkwam.

De {Javastraat} is mijn kostbaarste stukje Amsterdam. Dit is samen-leven in de mooiste zin van het woord. Een visioen van het Nieuwe Nederland. {Daria}

Na mijn bezoek aan {New World Nails} loop ik naar de paar winkels verderop gelegen {GSM King}. De vriendelijke Afghaanse man achter de balie lacht als hij me binnen ziet komen, dit keer niet omdat hij me een mooi meisje vindt, maar omdat hij denkt dat ik voor de derde keer het beeldscherm van mijn iPhone kom laten repareren. Ik ben nooit echt de handigste onder de mensen geweest. Dit keer heb ik mijn telefoon echter tijdens het plassen in de toiletpot laten vallen. Zelfs mijn Afghaanse vriend kan dit probleem niet voor me oplossen. R.I.P. mijn iPhone 6.

Inmiddels knort mijn maag dus steven ik af op {Ricardo’s} voor een hapje uit zijn verrukkelijke Surinaamse keuken. Na een bord moksi alesi dat ik veel te snel naar binnen werk, loop ik hikkend en tevreden nog een rondje door de straat. Ik kom langs de Turkse kleermaakster die vorige week nieuwe ritsen zette in broeken waar ik eigenlijk niet meer in pas (ik geef de schuld aan {Ricardo}), zeg gedag tegen een oude studiegenoot die chai latte zit te sippen bij een iets te hip maar toch wel sympathiek koffietentje, en lach om de waggelende dronkemansloopjes van de peuters die worden opgehaald uit het verderop gelegen kinderdagverblijf.

(tekst loopt door onder de afbeelding)

Daria Bukvics in nagelsalon New World Nails in de Javastraat

Foto’s © Maarten Tromp

De {Javastraat} is mijn kostbaarste stukje Amsterdam. Dit is samenleven in de mooiste zin van het woord. Een visioen van het Nieuwe Nederland. En dat bedoel ik niet op een kumbaya-kazige manier. Ik beleef iedere keer dat ik er ben opnieuw hoeveel nieuwsgierigheid voor het onbekende deze straat bij me opwekt. Een nieuwsgierigheid die ik in sommige, meer gesegregeerde delen van Amsterdam niet voel. Omdat de straten gevuld zijn met te veel van het bekende (dat me niet meer verrast), of te veel van het onbekende (dat me intimideert). Het gevoel dat de {Javastraat} van iedereen is maakt de cafés uitnodigend en de winkels toegankelijk. Achter iedere voordeur schuilt een wereld die je wil leren kennen, ook al lijken de regels en gebruiken je aanvankelijk vreemd. Tussen alle ontwortelde mensen die hier wortel hebben geschoten, voel ik me welkom en werkelijk thuis.

Gelukkig moet ik over drie weken weer mijn nagels laten doen.

{Daria}


{Daria Bukvić} is vaste {Javakwartier}-bezoeker en geëngageerd theaterregisseur. Ze werd vooral bekend met Nobody Home, haar persoonlijk gemotiveerde voorstelling over een jonge generatie gevluchte theatermakers die in het theater hun thuis probeert te vinden. Daarnaast ken je haar wellicht van Jihad, het prijswinnende It’s my mouth I can say what I want to (14+) of haar wervelende speech over de Staat van de Creatieve Stad Amsterdam. Vorig jaar won {Daria} de Amsterdamprijs voor de Kunst in de categorie Stimulering.

Posted by Siem